Voor het nieuws

door Gijs Sevenhuijsen

Lieve beeldschermvrienden,

Het is fantastisch dat u met zovelen voor de geschiedenis van de sterrenkunde bent gekomen, het volgende onderwerp, de geschiedenis van geschiedenis op TV, is natuurlijk een stuk minder interessant en klinkt als een inteeltonderwerp, zo typerend  voor het medium televisie. De geschiedenis van welke geschiedenis? Zult u zich ook afvragen. Nou natuurlijk weer de Nederlandse Geschiedenis, of preciezer, Nederland in de Tweede Wereldoorlog, meestal kortaf aangeduid als “de oorlog”. Want Nederlandse geschiedenis op TV betreft toch vooral de oorlog. En, oh ja, ook nog wat andere tijden. In mijn betoogje wil ik me vooral beperken tot die schaarse andere tijden en laat ik de oorlog een keer buiten beschouwing, we zijn er de afgelopen weken ook weer mee doodgegooid.

De ijzeren eeuw deel 2Laat ik me eerst even voorstellen. Hallo, ik ben Gijs en mijn hobby is tekenen, ik heb voor vanavond deze tekening gemaakt, van een bekende Nederlander, hij behoeft dus verder geen introductie en uitleg. Tekenen doe ik vanaf mijn prille jeugd in de jaren zestig. Ik was toen een lief kijkbuiskind, zo werd je in die tijd als jeugdige tv-kijker aangesproken door Meneer de Uil, een pop uit een kinderprogramma, die voorlas uit een krant, de Fabeltjeskrant geheten. Het televisiejournaal werd kennelijk nog niet gezien als een volwaardig medium, het nieuws stond nog in de krant.

Ik ben opgegroeid in de geschiedenisarme Noordoostpolder. De televisieserie Floris verschafte mij voor het eerst een zwart-witte blik in een verleden: de tijd van ridders en jonkvrouwen, van kastelen en heel veel bos en hei, waar de hoofdpersonen Floris en zijn maatje Sindala, een forse blonde kerel en een klein donker mannetje, te paard doorheen jakkerden, meestal achterna gezeten door de Geldersen, de slechteriken, lomperiken die een soort pan op hun hoofd droegen, en een borstkuras die veel weg had van die van de Romeinen uit de Asterix, de andere toegang tot het verleden die ik inmiddels tot mijn beschikking had. Een andere opvallende overeenkomst was dat men grote kluiven vlees met de handen at. Nee Gijsje, het eten prakken deed men toen nog niet!

De aanvoerder van de Geldersen heette Maarten van Rossum, een beetje kakkineuze man met een geciviliseerd baardje. De Maarten van Rossem van onze tijd zou met zijn groezelige, ongeschoren voorkomen veel beter geknipt zijn voor die rol. Maarten van Rossem, u weet wel, die mopperende brombeer die wel eens optreedt als jurylid bij televisie-quizzen. Schijnt historicus te zijn, geschiedenis op tv kent inmiddels meerdere verschijningsvormen, hier een voorbeeld van een historicus als BN-er. Met het typeren van deze Maarten van Rossum als echte middeleeuwer bezondig ik me wellicht aan het bekijken van de middeleeuwen met een moderne bril. Dat gebeurt geregeld, een verbeelding van een verleden is toch – net als in sciencefiction overigens – in de eerste plaats een portret van een heden.

Zo ook Floris, concludeer ik na het bekijken van de making-of van de serie. Het script van Gerard Soeteman was oorspronkelijk getiteld Floris en de Fakir. Huh? Het achterliggende idee was: slimme, vreedzame oosterling (Sindala) lost de problemen op, nadat domme westerling (Floris) er eerst op los heeft geslagen. Rutger Hauer was gecast voor Floris vanwege zijn uiterlijk, dom blondje, en omdat hij goed kon paardrijden. Floris werd uitgezonden in de herfst van 1969, een paar maanden na de eerste Maagdenhuisbezetting. Hippies te paard, de diepere wijsheid komt uit het oosten… Deze softe benadering van de middeleeuwen bleek in de praktijk niet te werken, ook het naspelen van de Middeleeuwen op televisie is iets voor echte kerels.

Zoals bijvoorbeeld in de Engelse serie Ivanhoe uit begin jaren 60, te typeren als ridders met vetkuiven en met Roger Moore, de latere James Bond, in de glansrol. Naar diens voorbeeld nam Rutger Hauer de boel over, hij kon meer dan alleen paardrijden. De rol van Floris was bovendien de eerste stap op weg naar een schitterende filmcarrière. Van de acteur die Sindala speelde is weinig meer vernomen. De ridders Rutger en Rodger, echte mannen, tegenwoordig als thema ook geschikt voor een partyboot in de Gay Parade. De serie Floris kostte zoveel geld, het budget werd in drievoud overschreden, dat er jaren geen geschiedenisverbeelding op de Nederlandse televisie is verschenen. De enige concessie aan het budget lijkt het salaris van de visagist te zijn geweest: slecht zittende pruiken, opplaksnorren en baarden gemaakt van beschilderde en licht ontvlambare watjes, pauzesigaretjes waren in deze serie niet zonder risico’s.

Eind jaren zeventig verscheen er op de Nederlandse televisie eindelijk weer eens een grootscheepse serie over het verleden, opnieuw naar een script van Gerard Soeteman: 58 miljoen Nederlanders geheten. 58 miljoen Nederlanders? Hoe kom je aan zo’n getal? Het schijnt wetenschappelijk te zijn berekend, daar kon je toen nog mee wegkomen. En door smokkelen, je citeert Tacitus zogenaamd: “de Nederlanders zijn een bruut, zuipend zooitje, rare jongens, maar hun vrouwen zijn best lekker en vrijgevochten”. Ondertussen breng je een Romeinse officier in beeld, tegen een moerassige achtergrond waar een paar mannen in dierenhuiden rondrennen, je zoomt in op ze, en ja hoor, op hun hoofd dragen ze de afdankankertjes van de serie Floris en hebben ze baarden van watjes, ook toen was het roken van een pauzesigaretje niet zonder risico. Geschiedenis op de Nederlandse TV moest vooral goedkoop.

58 miljoen Nederlanders, het ging om gewone Nederlanders, niet om Bekende Nederlanders, al neemt hun aantal tegenwoordig schrikbarend toe en naderen we een vergelijkbaar getal. Het was een links geschiedenisbeeld, Lenin (Nederlander?) bijvoorbeeld wordt gepresenteerd als modelleider. De geschiedenis van deze Nederlanders werd behandeld aan de hand van thema’s, toen heel modern. Maar sport, voetbal vooral, wat toen heel Nederlander-bepalend werd, kwam niet aan bod, evenmin als religie, hoewel ook zeer bepalend, de participerende religieuze omroepen trokken dat niet. In onze tijd zou men veel voorzichtiger postuum een Nederlandse verblijfsvergunning toekennen, bijvoorbeeld vanaf de periode dat men hier het eten begon te prakken, tot de periode dat de Nederlander en masse Chinees begon  af te halen. Of vanaf de periode dat we Henk en Ingrid gingen heten.

Maar geschiedenis op TV zou nooit meer zo spannend worden als in de eerst genoemde serie, ons buurmeisje Hermien schoof huiverend elke zondagavond om 6 uur aan op de bank, we waren eind jaren 60 één van de weinigen met een televisie in de straat. En wanneer de spanning echt niet meer te harden was, vooral als lange Pier, een Friese piraat, in beeld kwam, compleet met wattenbaard, dan dook mijn oudste broer, uiterlijk gedrongen en donker, in angst achter de bank. Hij heet Floris, de held.

Uitgesproken tijdens het Historisch Café van  13 mei 2015